zaterdag 28 maart 2009

sumo worstelen

Afgelopen vrijdag ben ik samen met mijn huisbaas, Nagano-san, Sam, Audry en Mei-ing en Go-san naar sumoworstelen geweest. Samen met Nagano-san ben ik om kwart voor zes uit mijn warme bedje gekropen om kaartjes te gaan halen in de taikan (gymnasium) in Nanba. Om half acht stonden we in de rij en kregen we te horen dat er per persoon slechts een kaartje gekocht kon worden. En er waren slechts 200 plaatsen! bij elkaar moesten we zes kaartje halen wat betekende dat we drie keer in de rij moesten gaan staan. Hoewel we ons eerst een beetje zorgen maakten, of dit ons wel zou lukken of niet, is het ons uiteindelijk toch gelukt! We hadden zogenaamde jiyuuseki, oftewel vrije plaatsen. De meest speciale plekken vooraan kosten zo ongeveer honderd euro en de gereserveerde plaatsen 40 euro. zo waren wij met onze 15 euro nog best goedkoop, hoewel we wel ver verwijderd waren van het toneel. Maar dat mocht de pret niet drukken. In het begin van de dag, wanneer de beste worstelaars nog niet aan de beurt zijn, is het nog niet zo druk in de Sumozaal, dus zijn we naar voren geslopen om toch even te mogen genieten van de echte sensatie. En het maakte een wereld van verschil. In de voorste plaatsen zijn de gezichtsexpressies van de worstelaars heel duidelijk te zien, evenals hun gigantische proportie. Je ziet het zweet op hun voorhoofd druipen, hoort de bitchslaps die ze elkaar verkopen en het gehijg na afloop van het korte gevecht. Het stereotype beeld van een sumo worstelaar is een dikke trage homp vlees, en wanneer men kijkt naar hoe zij zich bewegen is dat misschien ook zo. Echter zijn de twee beste worstelaars op het moment helemaal niet zo heel erg dik en wanneer zij bewegen is te zien dat ze toch behoorlijk gespierd zijn. Daarnaast moet je ervan bedacht zijn dat als iemand van 75 kilo, iemand als ik, een slag van een sumo worstelaar te verduren krijgt, waarschijnlijk even sterretjes ziet. Het was toch indrukwekkender dan gedacht. Daarnaast las ik dat de regels van het sumoworstelen in bijna 1500 niet veranderd zijn, evenals de eeuwenoude Japanse tradities die met het gevecht gepaard gaan. Net als 1500 jaar geleden wordt er van tevoren op de grond gestampt om de kwade kami (geesten) te verdrijven, daarna wordt er eenmaal met de handen geklapt om de aandacht van de goden te krijgen wat weer gevolgd wordt door het draaien van de handpalmen om iedereen ervan te overtuigen dat er geen wapens in het spel zijn. Er wordt zout in de ring gestrooid dat zowel de ring spiritueel reinigt als wel ontsmet. Wanneer de tradities gedaan zijn hurken de twee reuzen tegenover elkaar en kijken elkander strak aan, en als ze er beide klaar voor zijn kan het gevecht beginnen. Zijn ze er echter niet klaar voor, wat vrijwel altijd het geval is, dan worden enkele tradities herhaald, waaronder het strooien met zout, en gaan ze daarna weer tegenover elkaar gehurkt zitten. Dit herhaald zich net zo lang totdat beide worstelaars klaar zijn om een korte strijd te leveren. Gelukkig is er een tijdlimiet van 4 minuten (die er vroeger helemaal niet was), anders zou het misschien uren kunnen duren voordat de strijd, die slechts enkele seconden kan duren, geleverd wordt.

zaterdag 21 maart 2009

het groene gras

Of je hebt een witte huid, grote ogen, misschien blond haar en lange wimpers, of je huid is geel, je hebt kleine ogen, die altijd zwart of bruin zijn en zwart haar. In Europa betalen mensen zich groen en geel aan dure zonvakanties om later met hun gebruinde huid bij de buren te pronken, in Japan poederen de vrouwen hun gezicht wit. In het Westen zijn veel Aziaten populair bij het tegenovergestelde geslacht vanwege hun anders-zijn of juist omdat ze spleetogen hebben. In Japan, China en Zuid-Korea doen mensen oogoperaties om hun ogen groter te laten lijken. Ik wist dat het bestond, maar had er nooit stil bij gestaan totdat Vinh mij erop wees 'weet je waarom veel Japanse scholieren met een 'piratenlapje' rondlopen?' 'Om piraatje te spelen?' ' zij hebben net een oogoperatie ondergaan'. In Nederland hebben veel kinderen zoiets wanneer zij een lui oog hebben, in Japan is het dus waarschijnlijk veelal het gevolg van een ooglid 'correctie'.

Ook merk ik het bij mezelf. Ik vind mijn dikke-stugge-peper-en-zout-kleurige haar maar niks. Zou ook best een kleinere neus willen hebben, ook vind ik spleetogen niet lelijk. Van iemand met wie ik samenwerkte in een restaurant, die altijd zijn haar bruin kleurt, kreeg ik te horen dat hij jaloers was op mijn haarkleur, zelfs op de hoeveelheid van mijn haar. Een Japanse vriendin was helemaal gek van mijn wimpers. Heh? wimpers, zijn mijn oogwimpers lang dan? Verrek, Japanners hebben bijna geen oogwimpers. Ook zijn meeste jaloers op mijn blauwgrijze ogen.
----Mijn gedachten gaan dan helemaal terug naar de begin van de Edo-periode (16nogwat-1868). Hoe zouden Japanse mensen hebben gereageerd toen zij voor het eerst iemand zagen met blauwe ogen, blonde haren, grote ogen en lange wimpers?--- en zelfs mijn vooruitstekende grote neus is populair als ik het verhaal moet geloven van een oude vrouw, genaamd Noriko, wie ik Engelse les geef. Japanners hebben bijna altijd een platte neus. Laatst was ik met een vriend uit Singapore (Chineese afkomst) in de openbare badplaats aan het baden toen ook dit onderwerp ter sprake kwam. Hij zei: 'The grass is always greener on the other side'. Vanzelfsprekend had ik dit gezegde wel eens vaker gehoord, maar nu werd ik me ervan bewust dat deze stelling niet enkel bij het voetbal opgaat.

donderdag 5 maart 2009

De schaduwzijde van Japan

Ook Japan kent zijn nadelen. Te beginnen met de noeste arbeid die vele Japanners moeten leveren in naam voor het collectief. Met name de befaamde 'salarymen' hebben het zwaar te verduren. Hun leven bestaat met name uit vroeg opstaan, vaak met steun van de huisvrouw, vroeg beginnen met werk - voordat de baas het bedrijf binnenstapt natuurlijk - tot laat op het werk blijven, en veel alcohol drinken, en dan uiteindelijk, laat, in dronkenschap, natuurlijk niet altijd, maar zeker in het einde van de werkweek, thuiskomen. Dit vijf dagen in de week, zodat ze in het weekend wellicht niet veel meer kunnen doen dan slapen, voor de tv liggen, en heel misschien ook nog wat tijd met de kinderen doorbrengen. Waarschijnlijk is dit dan wel het meest onwerkelijke, en meest overdreven voorbeeld, maar het gebeurt wel, en komt in een waarschijnlijk iets mindere vorm veel voor. Het gerucht gaat dat de ' salarymen' zo slechts 2 uur gemiddeld per week tijd voor hun kinderen hebben. Dat lijkt mij niet heel erg veel. Een van de schokkendste karakteristieken die men kent is waarschijnlijk de openbare dronkenschap. Het is heel erg curieus dronken volwassen mannen te zien liggen in het gangpad van de trein. Of wanneer je de trein uitstapt een man ziet liggen in de trein, keurig in pak, zijn hoofd uitstekend naar buiten om vlug even in de tussenstop op Kishibe (treinstation) te vomeren. Ik was van plan een lekkere snickers voor de terugweg te kopen, maar heb daar toch vanaf gezien.

Tevens heb ik de werksfeer nu ook zelf aan den lijve ondervonden. Ik werk namelijk sinds twee maanden part-time in een Japanse pizzeria. Heel erg smakelijk. En eindelijk ben ik getuige dat ook Japanners gewoon mensen zijn. Dus niet altijd vriendelijk, gastvrij of gebogen onder de Japanse conventies (zoals de tatemae-honne -masker en ware gevoelens - conventie, die de harmonie in de samenleving moet waarborgen). Te beginnen - en te eindigen - met mijn tenchou (manager/baas). Nog nooit heb ik een dergelijke beklagenswaardig, arrogant stuk verdriet gezien. Met helemaal geen gevoel voor taal en werkelijkheid. Nu weet ik dat ook de horecamanagers in Nederland vaak niet de liefsten zijn, en deze past zeker in dat rijtje. Maar goed, zo heb ik nu met eigen ogen gezien dat ook de Japanse bevolking bestaat uit waarlijk vriendelijke mensen en gedrochten. Meeste van mijn collega's, meestal ook studenten, vinden de tenchou ook een loser, streng of allicht een beetje vreemd, of ik citeer: 'He's crazy, fucking crazy'.

Daarnaast zijn er ook nog de ouderen van de samenleving. Omdat in Japan alles zo goed is georganiseerd, is gedisciplineerd en is geregeld, moet een bepaald deel van de oudere bevolking een baan zoeken naast hun uitkering. Willen ze nog eens een uitstapje willen maken. En die baan is voornamelijk gericht op de veiligheid van de maatschappij: Op een fluitje blazen als een bus achteruit gaat bijvoorbeeld, of het verkeer regelen op een kruispunt met stoplichten. Ook de mensen die op de Universiteitscampus de fietsen in het gareel houden, en af en toe een bemoeizuchtige tuchtende opmerking maken zijn meestal oude mannen die voor de grap moeten bijverdienen in de Japanse kou, of klamme vochtige zomers. Wat ze hun eigen bevolking al wel niet aandoen.

In Nederland geeft iedereen de indruk dat regels bestaan om de overheid geld in het laadje te brengen. Op zich zit daar een zekere bron van waarheid in, maar Nederland erkent gelukkig wel het gezegde, uitzondering op de regel, of neemt men neemt in Nederland de regels niet zo nauw, zoals bijvoorbeeld het Nederlandse drugsbeleid. In Japan is dit niet zo. Er zijn geen uitzonderingen, er is geen tolerantie, voor de meest belachelijke redenen moet men een lang gesprek voeren met de buurtpolitie. Dit alles om de harmonie te bewaren. Een mooi voorbeeld. Ik wil mijn fiets parkeren op de parkeerplaats van de supermarkt, omdat deze gratis is. Ik denk, Ik arme student, hoef dan geen geld te betalen voor de stalling en mag dit best doen. Ik til mijn fiets zachtjes over het hek, het was nog vroeg, zowaar was de parkeerplaats noch de supermarkt geopend, stapte weer op mijn fiets aan de andere kant van het hek om mijn fiets op de fietsparkeerplaats te parkeren. Maar helaas. Algauw kwam er een bejaarde opa al schreeuwend en wijzend aangerend om mij wel alstublieft te verzoeken niet mijn fiets hier te parkeren, maar op de daarvoor speciaal gemaakte prijzige fietsenstalling. Uiteraard wel bewaakt. Maar, voor een keertje dan... Nee geen uitzonderingen. Dit is ook een van de reden waarom ik een hekel heb aan NS personeel met name treincontroleurs, die zijn ook zo muggenzifterig (maar ook hier zijn er uitzonderingen op de regel natuurlijk).

Uiteraard heb ik ook wat positiefs te melden. Ik ben namelijk verhuisd. Helaas naar een ietwat duurdere stek, maar dat mag niet baten. Eerst woonde ik in een jaren '60 stijl flat met een vieze keuken, kleine betonnen kamer, hard matras, razendsnel internet en gezellige studentensfeer en nu woon ik in een Japans huis. Dat wil zeggen koud, er is een WC zonder stoel, ook wel beter bekend als een Franse toilet die je vaak aantreft bij restaurants langs de weg richting Zuid-Frankrijk en een gemeenschappelijke kamer met High definition breedbeeld televisie. Alles heeft zo zijn voor en zijn nadelen. Ook mijn mede bewoners zijn allen buitenlandse studenten, nu 4 andere, later waarschijnlijk 8, en heel erg vriendelijk en gastvrij. Ze spreken allen Japans, bij de meeste van hen is het hun Major, ik ben de slechtste, maar dat creeert kansen. De locatie is echter wat minder, maar ook weer wat beter. Het is slechter in de zin dat het erg ver weg is van Osaka, het centrum, maar het is beter aangezien de omgeving mooier is. Ik woon nu dicht bij de bergen, tegen de bergen aan eigenlijk, wat maakt dat ik nu wat meer puisten van bergen moet beklimmen, en in de zomer wordt de nabije omgeving waarschijnlijk gesierd met rijstbouw. Erg speciaal, denk ik. het is dichter bij de universiteit, zeker bij minoo campus, maar weer verder van mijn part-time job. Of zoals de Japanners zeggen beito, of strikt genomen, arubeito. Dan hebben de Duiters toch nog ergens invloed op. Ik ben goed opgevoed, dus heb mij ook gelijk voorgesteld aan de wijkpolitie. Het is niet te geloven, maar ik woon nu net 5 dagen in een nieuwe stad - Minoo-shi, i.p.v. Suita-shi, waar de studentenflat zich bevond - en ik ben nu al staande gehouden door de buurtpolitie... fietscontrole. Gelukkig spreek ik nu al een stuk beter Japans zodat ik in een rap tempo kan vertellen van wie de fiets is, waar de wettelijke eigenaar hem gekocht heeft, hoe lang hij hem in zijn bezit heeft gehad, wanneer ik hem overgekocht heb, waar het licentiebewijs is, of de fiets wel eens een lekke band heeft gehad en waarom mijn bel het niet meer doet. Hij maakt aantekening in zijn nootblok, juu rii aannn adoomiiraaruuu. juist. Meneer de agent ook weer blij, heeft hij ook weer eens wat te vertellen bij de buurtpolitieevaluatie die avond. Ik vroeg al, jij kent mij nu he dus je gaat me niet meer lastig vallen he??? Nee, zal niet meer gebeuren. Waarschijnlijk was ik die avond the hot topic van de evalutie!! Ik hoor hem al zegggen: ' mochten jullie een gaijin (buitenlander) met blauwe ogen, rode fiets, een zwart mandje, een kapotte bel, en een zadel van het merk Kishima voorbij zien fietsen dan weten jullie wie dat is: Julian Admiraal, beware!

Daarnaast gaan mijn werkzaamheden als Julian-sensei ook gewoon door. Dat wil zeggen Engels conversatieles geven aan een bejaarde oude vrouw, van weet ik niet hoe oud. Ze heeft de Tweede Wereld Oorlog nog bewust meegemaakt, dus ik schat haar rond een jaar of 80. Ze wilt niet dement worden, daarom wilt ze graag haar Engels onderhouden, zowaar verbeteren. En tot mijn verbazing, voor een Japanse doet ze helemaal niet onder aan de Japanse highschool kinderen of zelfs studenten. Zelfs diegenen met een Major Engels. Ze betaald veel te goed en trakteert me ook nog wel eens op eten. Ik ben gelukkig. Tijdens het eten eist ze dat ik mijn Japans oefen door Japans met haar te spreken, wel erg grappig. Daar wilt ze natuurlijk geen geld voor hebben. Ik heb haar daarom maar stroopwafels gegeven.

woensdag 25 februari 2009

alles op een rijtje

Nu helemaal bekomen van de Nederlandse en Belgische barbaarse ervaringen, opgedaan aan het thuisfront, ben ik weer helemaal in de beschaafde wereld gekomen, waar studenten niet goed weten wat scheren is, mensen voor de collectieve veiligheid een wit mondkapje dragen, elke keer wanneer zij thuis komen gorgelen met water, en nog steeds denken dat je griep (influenza) kan krijgen van de lucht. Ik voel me weer helemaal thuis. Voor de mensen die ooit ook een keer Japan een bezoek aandoen, ga voor de griezelige ervaring eens naar een ziekenhuis. Doordat wellicht iedereen maskers draagt lijkt het meer op een slachthuis dan op een eventuele spot waar ze mensen genezen. Tja... klein cultuurverschil. Japanners houden nou eenmaal niet van viezigheid. In een ver verleden kon Nederland nog trots zijn op zijn schone stoepen, smetteloze zalen en zijn smetvreselijke eigenschappen, dat het 17de eeuwse Holland karakteriseerde. Nu is dat overgewaaid naar Japan. Toen ik voor mijn korte excursie weer in Nederland kwam waren de vieze straten en stoepen het eerste waar ik me aan ging hekelen. Hiervoor had ik daar nooit bij stilgestaan en mijn beste beentje voorgezet en zo vaak als het kon ook mijn kauwgom op de grond gedeponeerd. Nu, daarentegen, gooi ik het netjes in de prullenbak. Hoeveel een mens wel niet kan veranderen. Anders dan in Singapore wordt je in Japan niet opgehangen als je je kauwgom op de grond gooit, maar niemand doet het. Ten eerste omdat het niet mag, waardoor veel mensen denken dat Japanners domme schapen zijn die hun regering gehoorzamen. Aan de andere kant is het een kenmerk van de Japanse cultuur, met name de gebeden: 'wat gij niet wilt dat u geschied doe dat ook een ander niet', en 'dat doe je thuis bij de moeder toch ook niet' worden erg belangrijk gevonden.

Even weer terug naar de realiteit. Op het moment worden geisha geterroriseerd door handtastelijke toeristen. In Japan is sexual harassment een groot probleem en de Japanse regering heeft een grote neiging zijn vrouwelijke burgers optimaal te beschermen. Vandaar ook dat er in de spitsuren in treinen speciale vrouwenwagons zijn. Zodat het vieze bederfelijke mannelijke ras niet kan profiteren van de tegen hen aan geperste ranke dames om zich heen, door bijvoorbeeld 'perongeluk' haar bibs aan te raken. Dat maakt het dat toeristen die geisha aanraken of vast pakken voor een foto met argusogen bekeken worden. Beste toeristen, laat de geisha in hemelsnaam gewoon hun werk doen. Val ze niet lastig met foto's en raak ze in geen enkel geval aan. Westerse mensen houden er ook niet van door vreemden hardhandig dan wel gewoon aangeraakt te worden. Er zijn er al zo weinig geisha (nog slechts 1000).

Op het moment heb ik nog steeds moeite met de Japanse taal, zo bleek na een nogal gênante ervaring. Ik dacht, ik moet mijn vuile goed maar weer eens wassen, dus ben naar de winkel gegaan om 'wasmiddel', tenminste een verpakking met daarop bloemetjes en kleding afgebeeld. Plus dat ik het karakter voor vies herkende. Dus ik dacht die neem ik. Ik daarmee mijn wasje gedraaid opgehangen (rook goddelijk) en op een gegeven moment komt de Chinese, Japanse vriendin van Masato mijn edele kamer binnengelopen. Ze kijkt naar mijn was en naar mijn 'wasmiddel'. Ze wijst: ii nioi dake, (enkel een lekkere geur). Juist, het was dus wasverzachter. Maar ik werd algauw getroost. Masato en Vinh hadden ook een half jaar lang dezelfde fout gemaakt. Ik werd er gelukkig al gauw op gewezen dat ik vaker dingen moet vragen aan de staf, als ik dingen niet zeker weet.

maandag 16 februari 2009

Snowboarden in Nagano

Dat Japan probeert westerse producten te mijden uit de nationale economie moge duidelijk zijn. Niet lang geleden werden snowboards van Europese makelij geweigerd met als excuus dat de Japanse sneeuw ongeschikt zou zijn voor dergelijke boards.

Na twee dagen geboard te hebben in Nagano moet ik eerlijk toegeven dat de Japanse overheid - uiteraard - volkomen gelijk had. Normaal gesproken bedwing ik met gemak, mede door mijn grote talent, kundigheid en doorzettingsvermogen, de Franse Alpen. Rode, zwarte pistes, etc. het maakt mij niets uit. In de Japanse sneeuw echter, voelde ik me als een ijsbeer op de zuidpool. Ik ben de tel kwijt geraakt hoe vaak ik wel niet op mijn sufferd gegaan ben. Ja de Japanse sneeuw is heel anders! Evenals de Japanse skiliften. Men mag Japan gerust als een van de veiligste landen ter wereld bestempelen, maar niet als het gaat om skiliften! Al hangend in de ijskoude Japanse lucht moest ik niet vergeten mijzelf vast te houden aan de reling... Of was deze in het geheel niet aanwezig? Het was geen uitzondering wanneer wij,Vinh en ik, elkaar moesten vastgrijpen, wilden wij niet in een ravijn van 300 meter vallen. Terstond kwamen alle herinneringen in me naar boven van toen ik een doorlopende reisverzekering bij de Rabobank afsloot. Dit werd gevolgd door nog veel meer herinneringen: van toen ik voor het eerst ging kruipen, lopen, mama's naam kon spreken, mijn tijd op de basisschool en middelbare school vlogen voorbij. Mijn hele leven flitste voorbij in de skiliften van de Japanse wildernis.

Na al deze nare ervaringen heb ik ook mooie gebeurtenissen te melden, selbstverstandlich. Bijvoorbeeld het nemen van een bad samen met Vinh, gezellig eten in het huisje waar wij dat weekend bivakkeerden, uiteraard samen met de rest van het groepje: Yuka, Yuki en Xandra. Ons hosteltje was perfect. Ook werd ik verrast door het mooie uitzicht in de mooie bergen van Nagano. Bovenop de piste was het uitzicht schitterend, zeker toen de zon ging schijnen. Voor het prachtige uitzicht hebben de Japanners een speciale panorama piste gekunsteld. Jammer genoeg was de overduidelijk zwarte-ijzige-bokkel-panorama-piste net iets te lastig voor mij om ook nog van het uitzicht te kunnen genieten. Derhalve heb ik vanaf toen ook maar de Olympische piste genomen. Ik had natuurlijk geen zin in botbreuken, e.d. ondanks mijn verzekeringen.

maandag 29 december 2008

mochi

Vandaag ben ik samen met Masata en zijn vriendin, Shuai, naar een Mochifeest geweest. Vanochtend vroeg zijn we naar de gebeurtenis vertrokken, aangezien het evenement al begon om negen uur. Uiteraard waren we wat te laat en kwamen we ongeveer half tien aan op het metrostation waar een jongen genaamd, Kyuchan, die Shuai uitgenodigd had - en Shuai was zo vriendelijk geweest ons uit te nodigen - ons op stond te wachten. Vanaf het metrostation was het zo ongeveer tien minuten lopen naar zijn ouderlijk, de halve familie woont daar geloof ik, huis dat heel erg indrukwekkend was. Ten eerste was alles volgens de Japanse traditionele stijl ingericht. Dat betekent dat het huis van buiten gewoon lijkt op een doodgewoon huis, maar wanneer je binnentreedt verrast wordt met schuifdeuren. Alles, het hele interieur, is gemaakt van hout, er zijn heel veel kamers, met soms enkel een tafel en het was er heel erg koud. Naast het huis stond de familietempel (althans, dat vermoed ik). Deze was ook erg groot, leek op een huis en had een traditionele Japanse uitstraling met aansluitend nog een groot huis waar iedereen gezamenlijk kan eten.

Bij aankomst was de beste familie al bezig de tot moes gekookte rijst fijn te stampen met reusachige hamers, aangemoedigd door Kyuchan zijn tante en zijn oudere zuster: 'ichi, ni, san, ichi, ni, san' (een, twee, drie 2x). Voordat ik de drempel overstak vielen er al woorden van 'a de gaijin(buitenlander) is er!' waarna ik aan de hele familie werd voorgesteld. Het was erg fijn nu ook in contact te komen met Japanse kinderen. Heel erg grappig. In tegenstelling tot de meeste Japanse ouders zijn veel Japanse kinderen helemaal niet schuw en willen ze alles van je weten en vertellen ze alles wat je niet wil weten. Grappig is te zien dat kinderen je al gauw bestempelen. Zo was ik 'eigo no hito' (Jongen die Engels spreekt). Ik probeerde hem duidelijk te maken dat ik uit Nederland kwam en dat mensen daar geen Engels spreken maar Nederlands. Vanzelfsprekend wist het beste jongetje niet wat Nederland was, laat staan waar het lag, dus besloot hij maar met het verhaal dat ik uit een land kom waar enkel monsters leven. Een ander kereltje vertelde trots dat hij zijn eigen geld verdiende. Aan de kant van de weg staan in Japan om de honderd meter drie (fris)drankautomaten. Veel mensen vergeten, vermoed ik, hun wisselgeld, zodat waarschijnlijk al het kleingeld in de handen komt van dit Japanse knaapje van acht jaar oud. Wanneer ik nog eens in grote geldnood zit, weet ik wat me te doen staat. Tenslotte is het praten met kinderen gewoon fantastisch. Ze vertalen niks voor je, leggen niks uit, en als je zegt dat je het niet begrijpt herhalen ze gewoon precies hetzelfde wat ze al zeiden. Soms begrijp ik het na de tweede keer, maar niet zelden moet ik de betekenis afleiden van gebaren of gezichtsuitdrukkingen.

Na een korte observatie mocht ik ook gaan stampen, een hele intensieve bezigheid dat lijkt op het kloven van hout. Na het stampen mocht ik helpen met het draaien van de mochi. Het eindproduct is dan een rijstbal, dat eigenlijk enkel smaakt naar rijst. Naast de stampbak zit de oude garde van de familie eieren te koken, Japanners houden nou eenmaal van eieren. Tijdens het stampen en het draaien van de mochi in bollen werden mij verscheidene gerechten toegeschoven. Zo kreeg ik warme rode bonensoep met mochi en een kom rijst met nori(zeewier), kip, en ui. Ik heb mijn maag de gehele tijd niet horen klagen.

Na afloop van de grote gebeurtenis ben ik nog uitgenodigd om te blijven eten. Een gratis maaltijd kan ik natuurlijk niet afslaan dus heb ik deze mogelijkheid met beide handen aangepakt. De gehele dag was overigens gratis, zou ik vragen of ik moest betalen hadden zij mij waarschijnlijk zo snel mogelijk de deur gewezen. Dit maakt vanzelfsprekend deel uit van de Japanse gastvrijheid. Na de nabe (pot gevuld met allerhande soorten groenten en vlees, waar je zelf met je o-hashi (stokjes) wat uit kunt vissen) maaltijd, -waar ik als enige deel van uitgemaakt had, Masato en Shuai waren reeds lang voor de maaltijd, dat om drie uur geschiedde, vertrokken- ben ik nog wat wezen luieren met Kyuchan, zijn zus, vader en nichtje, voor de televisie. Om zes uur vond ik het tijd om te gaan en ben ik met een tevreden gevoel naar huis gegaan.

zaterdag 27 december 2008

Kerstdrukte

In Japan wordt de kerst niet zo uitbundig gevierd zoals je dat zou verwachten. Japan, normaal gesproken het boegbeeld van straten vol met neonlicht en overdreven grote videoschermen, doet weinig aan kerstverlichting. Maar dat neemt niet weg dat er helemaal geen kerstsfeer aanwezig is. In de dagen voor de kerst neemt de drukte in de winkelstraten enorm toe. Elke kans om te shoppen nemen de Japanners met beide handen aan, zoals dat wel bekend is van een van de meest modieuze naties ter wereld. Echt overal is het druk.

Japanners doen niet aan het geven van kerstkaarten, maar uiteraard moet er wel een kaartje gestuurd worden naar alle kennissen, vrienden en familie om deze gelukkig nieuwjaar te wensen. Deze kaarten gaan vergezeld met een geluksnummer, waarmee te gekke prijzen te winnen zijn. Heb je geluk dan win je een kleine prijs, en voor de echte bofkonten zijn er prijzen als tripjes naar Europa en misschien kun je ook wel een auto winnen. Niks is onmogelijk. Als Japanners ergens wel voor te porren zijn dan is het wel het geven van cadeautjes. Altijd en overal moeten er geschenken gegeven en ontvangen worden. Zodoende kan men al geen kerstkaart meer kopen zonder kans te maken op een postzegel.

De decembermaand is toch ook wel een van de drukste maanden in het jaar. Om religieuze en culturele beleefdheidsredenen is de laatste maand van het jaar vrijwel helemaal volgeboekt. De laatste twee weken van het jaar zijn er veel feestjes van verschillende verenigingen om het jaar af te sluiten: zogenaamde bonenkai (boo-nen-kai - vergeet het jaar feestje). Zoals de titel van het feest al aanduidt wordt er veel gedronken op dergelijke feesten. Zelf had ik ook een bonenkai van de basketbalvereniging. Gezamenlijk gingen we wat eten en drinken in een Izakaya waarna velen nog gingen voor karaoke. Ik had de volgende dag een afspraak met mijn hostfamily dus ben verstandig richting huis gegaan. Voor mij geen karaoke.

Om het jaar in de religieuze zin goed af te sluiten gaan veel Japanners met oud en nieuw naar de tempel om te bidden voor een gezond nieuwjaar. Een van de tradities is het eten van mochi. Dit zijn schijfjes van vermalen, platgestampte rijst, die, nadat ze zijn opgewarmd in water heel erg uitrekbaar zijn. Dit staat dan symbool voor het leven, dat je door middel van deze traditie weer een jaartje ouder mag worden. Daarnaast is mochi gewoon ook heel erg lekker. Zeker wanneer deze gevuld zijn met aardbeien, perzik of 'red beans'. Mochi kunnen daarentegen ook zeer dodelijk zijn. Door zijn kleverige samenstelling is de mochi niet altijd gemakkelijk door te slikken waardoor er elk jaar wel een aantal ouderen stikt in het kleverige goedje.